Verwrongen bek / Wry Jaw
Een erfelijke afwijking waar nooit mee gefokt worden
Als één kant van de kaak (rechts of links, dus niet boven of onder) met een hogere snelheid groeit dan de andere kant, dan ontstaat er een draaiing van de bek> Deze wordt ook wel een verwrongen bek / Wry Jaw genoemd wordt. Een verwrongen beet ziet er uit als een %u2018driehoekig%u2019 gebrek in de buurt van de snijtand. Dit kan een ernstige handicap veroorzaken, met name bij het grijpen en kauwen van het voer. Daarnaast geeft het een erg scheefgegroeide verschijning. Sommige van de snijtanden raken tegenover staande tanden, terwijl andere dit niet hebben. Deze toestand kan tijdelijk zijn en zichzelf oplossen als de andere kant van de kaak ook sneller gaat groeien. Een verwrongen beet is een erfelijke handicap.
Knikstaarten
Een erfelijke afwijking waar nooit mee gefokt worden
De staartwervel behoort tot de ruggengraatkolom en de ruggengraat is weer een deel van het skelet. De vorming van het skelet begint in een tamelijke vroege fase van de embryonale ontwikkeling, om precies te zijn, in het mesoderm (kiembladstadium).
In het mesoderm begint ook de ontwikkeling van het vaatstelselsysteem, inclusief het hart, het spierstelsel, en de urinale/genitale systemen.
De complete ontwikkeling van de bevruchte eicel tot jonge pup en de latere groei van de hond is bepaald door erfelijke factoren. Bij de bestudering van de ontwikkeling van de wervelkolom van een muis, is geconstateerd dat ongeveer 20 erfelijke factoren verantwoordelijk zijn. Het is een tamelijk gecompliceerd proces, dus het ligt voor de hand dat zo maar iets mis kan gaan.
Mutaties zijn niet zeldzaam. Daardoor kunnen defecten voorkomen in het genoom (totaal van de in de celkern gelokaliseerde erfelijke eigenschappen). Als dit plaatsvindt in de genen, zullen defecten worden overgebracht in het nageslacht. Genendefecten vertonen zich niet altijd in genotype (het geheel van erfelijk bepaalde en bij vererving doorgegeven eigenschappen). Er kunnen meerdere verschillende oorzaken zijn.
Het type erfelijkheid (recessief of dominant) is daar één van, zo ook de interactie tussen verschillende soorten van erfelijkheidsfactoren.
Belangrijk is het aantal van de hetrogeniteit (ongelijksoortigheid), bijvoorbeeld de variatie in het genotype.
Deformaties van de staartwervel zijn deel van de skeletdefecten. Die kunnen verschillend van vorm zijn en hangen af van het defect in genotype. De staart kan volledig zijn verdwenen of tekort zijn met een tamelijk stomp einde. De staart kan ook een of meer krommingen hebben in diverse variaties, krom en gebogen en soms zijn er te weinig of teveel staartwervels, soms zelfs dubbel. Er zijn ook defecten gezien in midden ruggengraatverbindingen.
Kromme staarten kunnen zich vertonen enkele weken na de geboorte.
Wanneer de deformatie zich beperkt tot de staart dan heeft dat geen invloed op het leven de van de hond, hij kan een gelukkig leven leiden.
Fokken:
Maar als een hond met een deformatie, zelfs één zich beperkt tot de staart, wordt gebruikt om te fokken, dan kan zijn 'kleine defect' ernstige gevolgen hebben voor zijn nageslacht. Niet alleen voor de staarten, maar ook in andere delen van de wervelkolom. Er zijn honden geboren met gedeformeerde nek-, borst- rug- en lendewervels. Er zijn gevallen van puppies met een gespleten verhemelte, waterhoofd, scheve kaak, gedeformeerde ribben, te veel of te weinig tanden en te korte poten (van knie tot voet).
Als resultaat van de interacties tussen verschillende erfelijke factoren kunnen defecten ontstaan in orgaansystemen die zijn ontwikkeld in het mesoderm.
Voorbeelden zijn hardnekkige embryonale zwakke bloedvaten, tussenschotdefecten,
ectopic ureter (afwijkende ligging van urineleider), afwezigheid van de anus en cloaca (afvoerkanaal)formatie.
Deze defecten zijn meestal gecategoriseerd als niet-erfelijke geboortedefecten. Het is mogelijk, maar zolang het niet is aangetoond als een niet-erfelijk defect, moet men op zeker spelen en aannemen dat erfelijke componenten de aanleiding kunnen zijn.
De tegengestelde opinie "laat zien dat het niet erfelijk is" kan gevaarlijk zijn voor het fokken.
De link tussen de genoemde deformaties in de orgaansystemen en de kromme staarten die zijn gevonden in ouders of bloedverwanten van beide ouders is in nogal een aantal gevallen bewezen.
Deze deformaties zijn ook gevonden bij andere diersoorten, namelijk in varkens en muizen. Wetenschappelijk onderzoek met muizen heeft het voorgaande bewezen.
Het is altijd zeer onverantwoordelijk om met honden te fokken met een kromme staart. Daarmee wordt bedoeld een staart waarvan de wervels niet in een rechte lijn staan maar in kronkels en gedeformeerd.
Het spreekt vanzelf dat dit ook geldt voor kromme of gebogen rug, deformaties van de ribben, kromme kaken, korte poten of te veel of te weinig tanden.
Kenners hebben de plicht de hond die ze beoordelen zeer zorgvuldig te bekijken, inclusief de staart. Defecten aan het skelet alsook andere problemen aan gezondheid en welzijn van de hond, of zijn nageslacht, moeten altijd genoteerd worden voor verdere informatie aan fokkers en eigenaren. Om deze reden mogen dit soort honden nooit worden gewaardeerd als topkwaliteit. Het is in feite een afwijking van het correcte beeld van de hond.
Fokkers, speciaal degene die geïnteresseerd zijn in het fokken van honden waarvan de staarten zijn ingekort, moeten zeer waakzaam zijn wat betreft de staarten van de pasgeboren puppies. Deze fokkers moeten dit registreren en de toekomstige eigenaar informeren. Een aanvraag voor een niet fokbepaling voor de stamboom is aanbevelingswaardig.
Als wij allen onze verantwoordelijkheid accepteren zal dat betekenen dat we allemaal betrokken zijn bij de gezondheid en het welzijn van onze honden, voor nu en in de toekomst!!

In een dierenkliniek kan de specialist zowel vaststellen welke van de vormen van elleboogdysplasie (ED), van toepassing is bij het dier, alsmede advies geven voor de behandeling hiervan. De uiteindelijke diagnose wordt gesteld met behulp van gedetailleerde röntgen-opnames van het ellebooggewricht.
Ook kunnen foto's ingezonden worden naar de Hirschfeldstichting of naar het buitenland voor het toekennen van een ED status volgens de FCI normen
Zeker voor dieren die ingezet worden voor de fokkerij is screening raadzaam.
Elleboog FCI kwalifcaties
ED-0 = Geen aanwijzing voor elleboogdysplasie (ook "vrij" genoemd)
ED-1 = Geringe osteo(arthrose)
ED-2 = Middelmatige osteo(arthrose)
ED-3 = Ernstige osteo(arthrose)
ED-4= Zeer ernstige mate van osteo(arthrose)
Onderzoek erfelijkheid
Voor zowel HD als ook ED geldt dat ze moeilijk uit een ras te fokken zijn. Zowel erfelijke aanleg alsook het milieu waarin een hond opgroeit hebben beide een deel in het hebben of krijgen van HD en ED. In het erfelijk deel blijkt dan ook nog eens dat er verschillende genen verantwoordelijk zijn voor de vorming van HD en ED (polymere overerving). In dit artikel nemen we alleen even ED als voorbeeld maar HD is analoog aan ED wat betreft overerving en het bestrijden ervan. Elleboog Dysplasie (ED) wordt in de gradaties als volgt weergegeven: ED 0 (vrij), ED I, ED II en ED III (deze laatste is de zwaarste vorm van ED)
Zoals we op onze Hollandse klompen al konden aanvoelen blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat je gewoon met gezonde dieren moet fokken om echt te kunnen verbeteren. De resultaten van een Scandinavisch onderzoek onder Rottweilers laten zien dat als je met gezonde (ED vrije) ouders fokt de kans op gezonde (ED vrije) pups het grootst is (tabel 1). In dat geval heeft toch nog 31% van de nakomelingen ED. Paart men een ED vrije hond echter met een hond die in meer of mindere mate last heeft van ED dan hebben 43% (ED 0 x ED 1) of zelfs 48 % (ED 0 x ED 2 of ED3) van de nakomelingen ED. Kruisen van niet ED vrije honden geeft een dramatische 56% van de nakomelingen met ED

Voor Berner Sennenhonden bekend (tabel 2). Uit een ander onderzoek op 2500 Zweedse Berner Sennen honden en Rottweilers blijkt namelijk dat de percentages redelijk vergelijkbaar zijn met de bovenstaande Rottweiler cijfers.

Uit dit onderzoek komen echter nog twee heel belangrijke punten naar voren:
-Je kunt alleen echt verbeteren op ED als de ouders ED vrij zijn
-Het grootste risico op ED treedt op als van de ouders niets bekend is van ED
Omdat zelfs met ED vrije ouders nog 1 op de drie nakomelingen elleboog dysplasie heeft duurt het enorm lang (vele generaties) om in de gehele populatie te verbeteren. Daarnaast worden natuurlijk ook nog niet ED vrije ouders gebruikt want een hond is meer dan alleen een heup of elleboog gewricht. Noorwegen is al in 1980 begonnen met elleboog screening van Rottweilers en ze zijn in 10 jaar (ongeveer 3 generaties!) van 75 % ED belaste honden naar 48 % gegaan. Een zelfde situatie vinden we in Zweden voor de Berners: daar had 50% van de Berners ED (1981) en dat was 10 jaar later 35%
Heupdysplasie(HD)
Heupdysplasie, beter bekend als HD, is een erfelijke aandoening. Uit de vele onderzoeken naar deze afwijking blijkt dat uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding hierbij eveneens een belangrijke rol spelen, zeker gedurende de eerste levensmaanden van de Bearded Collie. Overmatige lichaamsbeweging en toediening van extra kalk aan honden die compleet hondenvoer krijgen, hebben een negatief effect op de ontwikkeling van HD.
HD is ongeneeslijk, en kan al in een zeer vroeg stadium worden waargenomen, alleen in Nederland schijnt dit een probleem te zijn.
De symptomen hangen af van de ernst van de afwijking , maar kunnen in bepaalde situaties goed worden waargenomen:
1) Beide achterpoten tegelijk gebruiken om zich snel voor te bewegen , om zijn gewicht naar de voorpoten te verplaatsen.
2) Stijf opstaan na een rustperiode.
3) Zeer snel uitgeput na een normale wandeling.
4) Een achterpoot niet gebruiken.
5) Een gang welke duidelijk afzwaait.
6) Moeilijkheden met traplopen.
7) Koehakkigheid (hakken worden naar binnen gedraaid)
Bij dergelijke symtonen kan de dierenarts d.m.v. een röntgenfoto zien of er inderdaad sprake is van HD, en wordt met name gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de kommen en aan de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten.
Juist bij het fokken van rashonden is het van groot belang om te achterhalen of er aanleg voor HD aanwezig is of niet. De diergeneeskundigen hebben echter ook een bepaalde mate van verantwoordelijkheid, want HD is een van de meest overgediagnosticeerde en verkeerd gediagnosticeerde aandoeningen.
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat HD voor 20 tot 30% erfelijk bepaald is. Dit houdt in dat HD voor 70 tot 80% niet erfelijk bepaald is, dus wordt bepaald door omgevingsfactoren.
Als een fokker moet kiezen tussen een hond die HD-vrij is bevonden, maar waarvan de ouders, broertjes en zusjes HD-D zijn bevonden, en een hond die HD-D is bevonden, maar wel HD-vrije ouders, broertjes en zusjes heeft, zal hij ongetwijfeld voor de laatste hond kiezen. Je kunt dan immers met vrij veel zekerheid zeggen dat de mate van HD niet erfelijk is bepaald, maar is veroorzaakt door omgevingsfactoren.
Een ervaren dierenarts kan al bij een pup van vijf à acht weken voelen of de heupen stabiel zijn. Met behulp van Barden's palpatietechniek kan men voelen of de heupkop al dan niet "vast" in de heupkom zit. Met enige zekerheid kan dan al voorspeld worden of de heupgewrichten zich "normaal" zullen ontwikkelen. Veel Nederlandse dierenartsen beheersen deze techniek echter niet of onvoldoende. En door middel van een MRI-scan kan al bij een pup van 16 weken HD worden geconstateerd. Maar ook dat gebeurt in Nederland niet.
Bij de ideale situatie is de gewrichtskop van het dijbeen 100 % aangesloten in de gewrichtskom. De kop is volledig opgesloten en vertoont geen enkele ruimte.
Maar helaas komt deze situatie in de praktijk maar zelden voor.
Het panel geeft een definitieve beoordeling af, welke de mate van HD aangeeft.
HD-A (= negatief) Röntgenologisch vrij van heupdysplasie.
HD-B (= overgangsvorm) Röntgenologisch geringe afwijkingen.
HD-C (= licht positief) Röntgenologisch afwijkingen aanwezig.
HD-D (= positief) Röntgenologisch duidelijke afwijkingen aanwezig.
HD-E (= positief in optima forma) Röntgenologisch ernstig misvormd.
De uitslag geeft echter alleen uitsluitsel over de aanwezigheid van HD bij de hond , maar geeft niet aan of de hond drager is van de afwijking.
En dat is nu het punt wat zeer belangrijk is: de erfelijkheid van HD moet in de generaties daarvoor worden bekeken. Een HD vrije(A) hond gekruist met een HD vrije hond geeft dus zeker niet de garantie dat de pups ook HD vrij zijn.
We zullen hier niet te diep op deze materie ingaan , maar het kan ook anderom gebeuren.
2 x HD D kan een HD vrije(A) hond geven, maar deze is dan zeker drager van een HD erfelijke afwijking.
Om de hond te kunnen laten röntgenen dient deze de leeftijd van minimaal 12 maanden te hebben.
Een beoordeling kan maximaal 1 x per jaar plaats vinden en de uitslag van dit onderzoek vervangt de vorige uitslag.
Dus is de hond eerst HD licht positief beoordeeld en deze wordt een jaar later opnieuw beoordeeld , maar de uitslag is dan HD negatief, dan vervalt de eerste beoordeling.
De uitslag van het HD-onderzoek zegt ook lang niet altijd iets over de mate van erfelijkheid. Bijvoorbeeld: een pup wordt zodanig opgevoed dat alles wordt gedaan om een positieve HD-uitslag te voorkomen. De voeding is perfect, de lichaamsbeweging verloopt precies volgens het boekje, enzovoort. Als de hond een jaar oud is worden er foto's genomen. Uitslag: HD-B Prima dus. Met die hond kun je rustig fokken.
Maar nu gaan wij met dit pupje iets minder zorgvuldig om, en in plaats van op éénjarige leeftijd laten wij de hond pas op negenjarige leeftijd röntgenen. Uitslag: HD-D. Is het nu minder verantwoord om met deze hond te fokken? Is er iets in zijn genen veranderd? Nee, want uitsluitend zijn gestel is veranderd, terwijl zijn genen nog precies dezelfde zijn. En als deze hond ondanks zijn slechte HD-uitslag op negenjarige leeftijd nog perfect loopt en absoluut geen pijn heeft, en bovendien over een geweldig karakter beschikt, hebben wij dan een slechte koop gedaan en moeten wij de fokker van deze hond dan iets kwalijk nemen? .
Preventie
Is HD te voorkomen?
Een afdoende behandeling voor HD bestaat niet. Daarom moet getracht worden de ontwikkeling van HD zoveel mogelijk te voorkomen. Dat kan door de uitwendige omstandigheden voor jonge, opgroeiende honden zo gunstig mogelijk te maken (goede voeding, maar vooral niet teveel; overmatige belasting van de heupgewrichten voorkomen; beperken van springen, trap lopen en trekken);
Voeding
Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten. Verbening van het kraakbeen kan verstoord worden door voedingsfouten.
Met name teveel energie, teveel Calcium (kalk), een foutieve Calcium/Fosfor-verhouding en te veel of te weinig vitamine D kunnen deze verbening met grote gevolgen verstoren.
Bekend is dat honden die "verkeerd" gevoed worden beduidend meer lijden aan onder andere HD. Een hond die een "complete voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Vooral extra kalk en Vitamine D hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling. Dit geldt echter niet voor vitamine C.
"Compleet" voer moet, wettelijk verplicht, de juiste hoeveelheden en verhoudingen van o.a. Calcium, Fosfor en Vitamine D bevatten.
Te hard groeien en overgewicht beïnvloeden beiden het optreden van HD ten nadele.
Als vuistregel doet men er goed aan de aanwijzingen van de voerfabrikant omtrent de te verstrekken hoeveelheid voer op te volgen.
Beweging
Tijdens de groei van de hond is voldoende en gedoseerde beweging noodzakelijk om de weke delen goed te laten ontwikkelen.
Met name "rechtlijnige beweging" is voor de ontwikkeling van de bekkenspieren belangrijk; dus met name in rechte lijn wandelen, naast de fiets lopen in een rustige draf of zwemmen zijn erg geschikte bewegingsvormen. Meerdere malen per dag een kwartier is een goede richtlijn.
Over het fietsen met de hond is nogal wat discussie; vele onderzoekers menen dat dit een geschikte bewegingsvorm voor jonge honden is, mits men zich aan enkele regels houdt.
De hond moet minimaal 10 à 12 maanden oud zijn. Onder fietsen wordt verstaan een (sukkel)drafje. De lengte van de fietstocht hangt met name van de jonge hond af; de hond mag wel moe, maar niet oververmoeid raken.
Een jonge hond geeft meestal zelf aan hoelang, maar overdrijf met name de eerste maanden niet.
Ongeschikte bewegingsvormen zijn korte draaibewegingen; dus de opgroeiende jonge hond niet overdreven achter balletjes of stokken aan laten rennen, traplopen of veelvuldig (op) springen zijn helemaal uit den boze.
De hond heeft HD
Wanneer de hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond wordt geëist (zoals bijvoorbeeld bij africhting) en naarmate de hond ouder wordt.
HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen.
Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan worden gemaakt.
Een behandeling zal dan ook vooral gericht zijn op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten: overmatig lichaamsgewicht voorkomen of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige belasting van de heupgewrichten te voorkomen;
regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte looptraining, zwemmen);
pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie of medicijnen, en/of eventueel operatief ingrijpen)
Entropion
Entropion is een afwijking waarbij de oogleden naar binnen omkrullen. Het gevolg hiervan is dat de haren die op de buitenkant van de oogleden liggen nu de oogbol irriteren. In ernstige gevallen kan dit tot perforatie van de oogbol en blijvende blindheid leiden. De aandoening kan in principe bij iedere diersoort voorkomen, maar we zien het vaker bij de hond en kat.
Oorzaken
Meestal is de oorzaak een "aanlegfoutje"; de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en geeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem, in de fokkerij moet hiermee terdege rekening gehouden worden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking genezen is.
Voorkomen
Bij sommige rassen komt entropion als erfelijke afwijking voor. Bekende voorbeelden zijn Rottweilers, Berner Sennen honden, Bouviers en Perzische katten. Binnen deze rassen probeert men door een ander fokbeleid het probleem terug te dringen.
Behandeling
Lichte vormen van entropion kunnen behandeld worden met een vette oogzalf. Deze "smeert" de oogharen waardoor deze minder irriteren. Het eigenlijke probleem wordt hiermee natuurlijk niet opgelost. Willen we het eigenlijke probleem aanpakken dan moeten we met een operatie de oogleden weer in de juiste stand brengen. Bij deze operatie nemen we aan de buitenkant een klein wigje vel weg uit het ooglid en hechten deze wond met heel fijn hechtmateriaal. Hoewel het een kleine ingreep is moet hij wel onder algehele verdoving plaatsvinden. Enerzijds omdat de oogleden nogal gevoelig zijn, anderzijds omdat de patient absoluut stil moet liggen. Als er andere problemen aan het entropion ten grondslag hebben gelegen (chronische ontstekingen b.v.) dan moeten deze tegelijkertijd worden aangepakt.
Vooruitzichten
De vooruitzichten na operatie zijn heel goed; de oogleden sluiten weer normaal aan en het hoornvlies kan zich herstellen. Voor de patient gaat letterlijk een wereld open; eindelijk weer goed zien zónder pijn.
afwijking waarbij de oogleden naar binnen omkrullen. Het gevolg hiervan is dat de haren die op de buitenkant van de oogleden liggen nu de oogbol irriteren. In ernstige gevallen kan dit tot perforatie van de oogbol en blijvende blindheid leiden. De aandoening kan in principe bij iedere diersoort voorkomen, maar we zien het vaker bij de hond en kat.
Oorzaken
Meestal is de oorzaak een "aanlegfoutje"; de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en geeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem, in de fokkerij moet hiermee terdege rekening gehouden worden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking genezen is.
Voorkomen
Bij sommige rassen komt entropion als erfelijke afwijking voor. Bekende voorbeelden zijn Rottweilers, Berner Sennen honden, Bouviers en Perzische katten. Binnen deze rassen probeert men door een ander fokbeleid het probleem terug te dringen.
Behandeling
Lichte vormen van entropion kunnen behandeld worden met een vette oogzalf. Deze "smeert" de oogharen waardoor deze minder irriteren. Het eigenlijke probleem wordt hiermee natuurlijk niet opgelost. Willen we het eigenlijke probleem aanpakken dan moeten we met een operatie de oogleden weer in de juiste stand brengen. Bij deze operatie nemen we aan de buitenkant een klein wigje vel weg uit het ooglid en hechten deze wond met heel fijn hechtmateriaal. Hoewel het een kleine ingreep is moet hij wel onder algehele verdoving plaatsvinden. Enerzijds omdat de oogleden nogal gevoelig zijn, anderzijds omdat de patient absoluut stil moet liggen. Als er andere problemen aan het entropion ten grondslag hebben gelegen (chronische ontstekingen b.v.) dan moeten deze tegelijkertijd worden aangepakt.
Vooruitzichten
De vooruitzichten na operatie zijn heel goed; de oogleden sluiten weer normaal aan en het hoornvlies kan zich herstellen. Voor de patient gaat letterlijk een wereld open; eindelijk weer goed zien zónder pijn.

Ichthyosis (pijnlijke ongeneeslijke huidziekte)
Met veel verdriet zie ik de aankomende dekkingen.....
Dragers van Ichthyosis een zeer pijnlijke ongeneeslijke huidziekte die zich als een olievlek verspreid 70% van de Amerikaanse Bulldoggen in de hele wereld zijn dragers(niet zichtbaar) of lijders(zichtbaar) en worden gewoon ingezet voor de fokkerij met alle gevolgen van dien want de dragers geven het gewoon weer door aan hun nageslacht...(zie onderstaand schema)
Fokkers weten het maar fokken gewoon door, de pups met Ichthyosis worden uit het nest verwijderd en geeuthanaseerd en de uiterlijk gezonde pups mogen blijven leven...
Ach als het geld maar binnen komt en een ras nog verder kapot fokken en pups laten lijden dat maakt toch niets uit, het is echt diep triest en ik heb hier geen woorden voor!!!
Het volgende schema wordt gehanteerd:
Vrij x Vrij = 100 % vrij
Drager x Vrij = 50% vrij, 50% drager
Drager x Drager = 25% vrij, 50% drager, 25% lijder
Lijder x Vrij = 100% drager
Lijder x Drager = 50% drager, 50% lijder
Lijder x Lijder = 100% lijder
Ichthyosis is een erfelijke ziekte (autosomaal recessief) die de huid (en soms de ogen) bij honden treft. Een ongeneeslijke aandoening waarbij er duidelijke verdikking van de buitenste laag van de huid en van de voetzolen zichtbaar is. Getroffen honden hebben een ruwe huid bedekt met een dikke laag vette vlokken of schubben die kleven aan de huid en het haar. Dit veroorzaakt verschillende gradaties van ongemak, pijn en jeuk. Van mild tot zeer ernstig. Het is niet te genezen en het is moeilijk en tijdrovend om te behandelen. Huid-wijzigingen (achteruitgang) zijn meestal onomkeerbaar. De bepaling van deze huidaandoening kan alleen worden gedaan door een biopsie, welke helaas niet altijd 100% uitsluitsel geven. Euthanasie is veel voorkomend, maar bij mildere vormen niet altijd noodzakelijk.
Meest getroffen rassen
Doberman Pinschers, Labador Retrievers, Amerikaanse Bulldogs, Ierse Setters, Rottweilers, Collies , Engelse Springer Spaniels, Cavalier King Charles Spaniel, Terriers: West Highland White Terrier, Jack Russell Terriër, Norfolk Terriër en Yorkshire Terrier.
Symptomen:
1. Alle pups met deze huidziekte zullen licht afwijkend zijn bij de geboorte.
(Buik ziet wat droog en is wat roder dan normaal)
2. Huid begint te kraken en pellen bij ongeveer 2 tot 6 weken oud.
(Het probleem openbaart zich bijna altijd op deze leeftijd)
3. Omdat de schubben zich hechten aan de huid kunnen bacteriën en gisten zich in hoog tempo ontwikkelen, dit geeft de huid vaak een sterke geur en veroorzaakt ontstekingen aan de huid.
4. Tannish grijze schalen, die zijn dik en vettig, gewoonlijk over de gehele huid. ( niet altijd)
5. Er is vaak een ruwe textuur van de huid.
6. Grote hoeveelheden schilferige puin op het huidoppervlak.
7. Droge rode vlekken.
8. Harde keratine ophopingen op poten met als resultaat grotere, zwaardere dan poten dan normaal.( in ernstige gevallen) welke pijnlijk zijn met lopen
9. Letsels van de huid zijn meer prominent op plekken met minder haar.
Behandeling
Omdat het niet kan worden genezen moet het worden behandeld om te symptomen te verminderen en het ongemak te beperken. Meestal zal uw dierenarts een speciale shampoo voorschrijven ( 1x per week Sebomild P van Virbac, voor losweken huidschilfers en vertragen van de versnelde aanmaak van de huidlaag en naar gelang de behoefte Malaseb van Virbac, ter genezing en/of voorkoming van gisten en bacteriën, die weer ontstekingen van de huid veroorzaken) Na het wassen naspoelen met water, gemengd met een beetje hydraterende olie of babyolie. Nooit rechtstreeks olie-achtige en vettige substanties op de huid smeren i.v.m. de aanwakkering van gisten en bacteriën.Retinoïden zijn ook affectief. Raadpleeg uw dierenarts/dermatoloog voor de nieuwste aanbevelingen.
De wijze van vererving is Autosomaal recessief:
Dit is de meest voorkomende wijze van vererving voor genetische aandoeningen bij honden.
Drager:
Indien slechts 1 van beide ouders drager is, dan zal hij/zij deze eigenschap doorn het nageslacht, die het op hun beurt weer doorgeven, enz, enz, Dit zonder dat er symptomen aanwezig zijn. Op die wijze wordt ongemerkt de afwijking als een olievlek verspreidt.
Lijder:
Om te worden aangetast (lijder zijn), moet het dier 2 kopieën van het gen erven, 1 van elke ouder. Beide ouders moeten dus drager zijn.
Zolang de frequentie van een gen voor een recessieve aandoening laag blijft in het ras, kan de specifieke gen vele generaties worden doorgegeven voordat bij toeval 2 dragers worden gepaard en lijders geboren worden. Echter, de gen frequentie kan ongewoon hoog geworden door de langdurige ongemerkte verspreiding en daarnaast ook bv door het populaire “Sire-effect”, wanneer een vader met een schadelijk recessief gen (drager) vaak gedekt heeft, omwille van wenselijke eigenschappen.
Omdat het recessieve gen wordt vervoerd in de populatie van op zicht normale dieren, is het zeer moeilijk om deze eigenschappen uit te roeien. Echter, de aantallen kunnen worden verlaagd door de identificatie van de foutieve gen in vervoerders, door middel van de Ichthyosis test
Getroffen honden( lijders), hun ouders (dragers) hun broers en zussen (verdachte dragers) mag zolang ze niet vrij verklaard zijn niet gefokt worden.
Amerikaanse Bulldoggen kunnen nu getest worden op Ichthyosis of ze drager zijn van deze afschuwelijke erfelijke huidziekte bij University of Pennsylvania (Amerika)
Klik hier voor het test formulier klik hier

